ECLI:NL:RBDHA:2023:16319
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op zitting en oordeelde dat er geen sprake is van onverwijlde spoed, mede omdat verweerder in een aanvullend besluit uitstel van vertrek heeft verleend aan verzoeker op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hierdoor heeft verzoeker rechtmatig verblijf en is er geen dreiging van uitzetting.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten, mede omdat medische informatie pas in beroep was overgelegd die leidde tot het aanvullende besluit. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat uitstel van vertrek is verleend en er geen onverwijlde spoed is.