ECLI:NL:RBDHA:2023:16338
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na intrekking verzoek voorlopige voorziening bij herroeping besluit verblijfsvergunning
Verzoekster diende een verzoek om voorlopige voorziening in tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een verblijfsvergunning door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 9 november 2022. Tijdens de bezwaarprocedure werd het oorspronkelijke besluit op 14 juli 2023 herroepen en de aanvraag alsnog ingewilligd. Hierop trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening op 29 juli 2023 in.
Verzoekster vorderde vervolgens vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten. De Staatssecretaris verzette zich tegen deze vergoeding met het argument dat het besluit pas in de bezwaarfase was herroepen op basis van nieuwe feiten en omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de Staatssecretaris zich niet had verzet tegen het verzoek om voorlopige voorziening en daarmee aan verzoekster tegemoet was gekomen. Dit rechtvaardigde een proceskostenvergoeding, die werd vastgesteld op € 837,- voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Verzoekster werd vrijgesteld van griffierecht. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De Staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 837 aan verzoekster.