ECLI:NL:RBDHA:2023:16348
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen overdracht vreemdeling aan Duitsland
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van verzoekster tegen het besluit van 23 augustus 2023 waarbij zij zou worden overgedragen aan de autoriteiten van Duitsland. Verzoekster had tevens een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om de overdracht te voorkomen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat op dezelfde dag een uitspraak werd gedaan in een gerelateerde zaak (NL23.30072), waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Verzoekster was bij de zitting aanwezig en werd bijgestaan door haar gemachtigde, en er was een tolk aanwezig.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep op verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Duitsland is afgewezen.