ECLI:NL:RBDHA:2023:16361
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag dienstplichtweigeraar Algerije wegens kennelijke ongegrondheid
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende op 2 oktober 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 25 september 2023 af als kennelijk ongegrond, mede omdat eiser geen aannemelijke vrees voor vervolging wegens dienstweigering had gesteld.
Eiser stelde bezwaar te hebben tegen de militaire dienstplicht in Algerije en vreesde vervolging en detentie bij terugkeer. Tijdens het aanmeldgehoor gaf hij echter tegenstrijdige verklaringen en gaf hij geen duidelijke reden voor zijn vertrek. De staatssecretaris achtte de identiteit en nationaliteit geloofwaardig, maar vond dat eiser geen verschoonbare reden had om zijn vermeende dienstweigering niet eerder te melden.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer in Algerije zal worden vervolgd of dat hij gewetensbezwaren heeft tegen militaire dienst. Uit ambtsberichten blijkt dat Algerije geen actief vervolgingsbeleid voert tegen dienstplichtontduikers en dat problemen vooral administratief zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser moet Nederland onmiddellijk verlaten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en eiser moet Nederland verlaten.