ECLI:NL:RBDHA:2023:16391

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 november 2023
Publicatiedatum
31 oktober 2023
Zaaknummer
23/1846
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:7 Huisvestingsverordening Den Haag 2019Art. 4:8 lid 1 Huisvestingsverordening Den Haag 2019Art. 4:8 lid 4 Huisvestingsverordening Den Haag 2019Art. 3.2.4 Beleidsregel urgentieverklaringen Den Haag 2019Art. 3.2.5 lid 2 Beleidsregel urgentieverklaringen Den Haag 2019
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag eenmalig woningaanbod wegens onvoldoende reactie op passende woningen

Eiseres, een woningzoekende met medische beperkingen, verkreeg een urgentieverklaring voor woningen passend bij haar zoekprofiel, waaronder uitsluitend benedenwoningen en flats met lift. De urgentieverklaring was geldig tot 1 juli 2022. Na afloop diende zij een aanvraag in voor een eenmalig woningaanbod, welke door verweerder werd afgewezen op advies van de toetsingscommissie.

De rechtbank oordeelt dat eiseres onvoldoende heeft gereageerd op vier passende woningen die tijdens de geldigheidsduur van de urgentieverklaring werden aangeboden. Haar stelling dat zij de aanbiedingen niet heeft kunnen zien vanwege inkomenswijzigingen wordt niet geloofd, mede omdat de woningen toegankelijk waren voor inkomens tot €34.757 en haar inkomen onder dit plafond lag.

De rechtbank stelt vast dat de urgentieverklaring bedoeld is voor het oplossen van een acuut woonprobleem en niet voor het vervullen van woonwensen. Het enkele reageren op een woning buiten het zoekprofiel en het niet reageren op passende woningen wijst op onvoldoende medewerking van eiseres.

De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat de omstandigheden niet zodanig schrijnend zijn dat een uitzondering gerechtvaardigd is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag eenmalig woningaanbod wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/1846

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 november 2023 in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres

(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),
en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder

(gemachtigde: A.C. Visser).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag van een eenmalig woningaanbod.
1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 23 augustus 2022 afgewezen. Met het bestreden besluit van 25 januari 2023 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing gebleven.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft met een beeldverbinding het beroep op 18 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, bijgestaan door vervangend gemachtigde mr. [naam], en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is woningzoekende. Zij ondervindt beperkingen bij het traplopen. Op 1 april 2022 heeft zij om medische redenen een urgentieverklaring verkregen. [1] Daarmee werd zij in een urgentiecategorie ingedeeld, op grond waarvan zij voorrang had bij het verlenen van een huisvestingsvergunning in het relevante woningmarktgebied. [2] De urgentieverklaring gold voor woningen die beantwoordden aan haar zoekprofiel. Onder het zoekprofiel vielen uitsluitend benedenwoningen en flatwoningen met een lift.
3. Op 1 juli 2022 verstreek de termijn waarbinnen de urgentieverklaring geldig was. [3] Eiseres heeft op 11 juli 2022 een aanvraag ingediend voor een eenmalig woningaanbod. De toetsingscommissie heeft negatief over de aanvraag geadviseerd. In lijn met dit advies is de aanvraag door verweerder afgewezen.
4. Volgens verweerder heeft eiseres niet voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor eenmalig woningaanbod. Zij heeft tijdens de geldigheidsduur van de urgentieverklaring gereageerd op een enkele woning die op de website Woonnet Haaglanden werd aangeboden. Die woning paste niet bij het zoekprofiel. Op vier andere woningen die tijdens de geldigheidsduur zijn aangeboden heeft eiseres niet gereageerd, terwijl deze woningen wel aan het zoekprofiel voldeden.
Wat vindt eiseres in beroep?
5. Volgens eiseres zijn de Huisvestingsverordening 2019 en de Beleidsregel urgentieverklaringen Den Haag 2019 (“de Beleidsregel”) verkeerd toegepast. Verweerder had toepassing moeten geven aan de hardheidsclausule. Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd omdat de gegeven redenen voor afwijzing niet specifiek op deze zaak betrekking hebben. Eiseres heeft de aangeboden woningen niet gezien. Dat is vermoedelijk te wijten aan een wijziging in haar inkomenssituatie. Daardoor vielen de aangeboden woningen buiten haar budget en werden daarmee onzichtbaar. Het systeem van Woonnet Haaglanden vertoont vaker fouten. De urgentieverklaring is ook niet gebruikt voor de vervulling van haar woonwensen, zoals verweerder ten onrechte veronderstelt.
Wat vindt de rechtbank?
6. Een aanvraag voor een eenmalig woningaanbod is toewijsbaar als de aanvrager kan aantonen dat de urgentieverklaring niet binnen de geldigheidtermijn kon worden benut en de toetsingscommissie dit bevestigt. [4] De Beleidsregel werkt uit op welke wijze wordt vastgesteld of aan die voorwaarden is voldaan. Op basis van de gegevens uit het woonruimteverdelingssysteem van Sociale Verhuurders Haaglanden wordt bezien of de aanvrager voldoende heeft gereageerd op beschikbaar gekomen passende woningen en, als dat niet zo is, of daarvoor een houdbare reden is aan te wijzen. [5]
7. Binnen de geldigheidsduur van de urgentieverklaring zijn vier woningen die voldeden aan het zoekprofiel van eiseres beschikbaar gekomen en op Woonnet Haaglanden aangeboden. Daarop heeft eiseres niet gereageerd. Haar stelling dat zij deze aanbiedingen niet heeft kunnen zien, mist geloofwaardigheid en is niet met bewijs onderbouwd. Zoals verweerder onbestreden heeft overwogen, waren de aanbiedingen voor alle vier woningen toegankelijk voor personen met een jaarlijks inkomen van niet meer dan € 34.757,-. De inkomensdaling van eiseres kon dus geen gevolgen hebben voor de toegankelijkheid van deze aanbiedingen.
8. Eveneens staat vast, dat het inkomen van eiseres tijdens geldigheidsduur beneden dit plafond was gelegen. Eveneens staat vast dat eiseres alleen heeft gereageerd op een eengezinswoning die, gelet op haar zoekprofiel, niet passend was.
9. Hoewel niet dragend voor zijn besluitvorming, heeft verweerder ook terecht opgemerkt dat de urgentieverklaring niet is bedoeld voor de vervulling van woonwensen, maar voor oplossing van een acuut woonprobleem. De rechtbank constateert, dat het uitblijven van een reactie op vier aangeboden woningen en de enkele reactie op een woning die buiten het zoekprofiel valt de conclusie kan dragen dat eiseres niet heeft meegewerkt aan de oplossing van haar woonprobleem.
10. Verweerder mocht dan ook tot de conclusie komen en heeft toereikend gemotiveerd, dat eiseres niet heeft kunnen aantonen dat zij de urgentieverklaring voldoende heeft benut.
11. Bovendien was verweerder niet gehouden toepassing te geven aan de hardheidsclausule in de Huisvestingsverordening 2019. De omstandigheden die door eiseres zijn aangevoerd zien op de medische beperkingen, die aanleiding waren om haar een urgentieverklaring te verstrekken. Daaruit volgt niet, dat eiseres na het onbenut blijven van de urgentieverklaring op grond van de hardheidsclausule in aanmerking zou komen voor een eenmalig woningaanbod. De aangevoerde omstandigheden zijn ook niet zodanig schrijnend, dat verweerder een uitzondering had moeten maken op het uitgangspunt dat de clausule met grote terughoudendheid wordt toegepast.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Het bestreden besluit blijft in stand. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, rechter, in aanwezigheid van mr. D.C. van Genderen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 november 2023.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 4:7 van Pro de Huisvestingsverordening Den Haag 2019.
2.Bestaande uit de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer.
3.Artikel 4:8 lid 1 van Pro de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (“de Huisvestingsverordening 2019”).
4.Artikel 4:8 lid 4 van Pro de Huisvestingsverordening 2019 en artikel 3.2.4. van de Beleidsregel.
5.Artikel 3.2.5. lid 2 van de Beleidsregel.