Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. J. Eliya),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 december 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het besluit genomen om de asielaanvraag alsnog te honoreren, waardoor verzoeker het beroep heeft ingetrokken.
De rechtbank heeft vervolgens het verzoek van verzoeker om proceskostenvergoeding beoordeeld. Omdat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door de asielaanvraag alsnog in te willigen, acht de rechtbank het verzoek kennelijk gegrond.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op €418,50, gebaseerd op de waarde van een punt voor het indienen van het beroepschrift en een lichte wegingsfactor. Verweerder heeft geen verweer gevoerd tegen dit verzoek.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ter hoogte van €418,50.