ECLI:NL:RBDHA:2023:16437
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig geacht asielrelaas en onvoldoende bewijs
Eiser heeft op 28 september 2021 asiel aangevraagd met het argument dat hij en zijn gezin door zijn ooms uit het huis van zijn overleden vader zijn gezet en verbannen uit het dorp. Daarnaast stelde hij problemen te hebben vanwege zijn etniciteit en zijn ziekte Hepatitis B. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat het asielrelaas niet geloofwaardig werd geacht en onvoldoende werd onderbouwd met documenten.
De rechtbank behandelde het beroep op 20 oktober 2023 en oordeelde dat het beroep ongegrond is. De rechtbank stelde vast dat eiser geen documenten heeft overgelegd ter ondersteuning van zijn verhaal, ondanks dat hij had verklaard dat er een rechterlijke brief bestond. Ook waren er tegenstrijdigheden in zijn verklaringen over het aantal ooms en de duur van de onderduikperiode. De verklaringen over de uithuiszetting werden niet aannemelijk geacht, mede omdat niet is gebleken dat de ooms zodanige invloed hadden op de overheid.
Hoewel eiser stelde dat zijn ziekte terugkeer onmogelijk maakt, werd dit beroepsgrond door zijn gemachtigde ingetrokken. De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris terecht het beroep ongegrond heeft verklaard en dat eiser geen recht heeft op uitstel van vertrek. De rechtbank wees het beroep af en legde geen proceskosten op aan de staatssecretaris.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardig asielrelaas en gebrek aan bewijs.