ECLI:NL:RBDHA:2023:16443
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag Nederlands paspoort wegens verlies Nederlanderschap
Eiser, met Turkse nationaliteit, verzocht om een Nederlands paspoort, maar deze aanvraag werd niet in behandeling genomen omdat hij het Nederlanderschap op 1 augustus 2021 zou hebben verloren op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
Eiser voerde aan dat het besluit onevenredige gevolgen heeft, onder meer vanwege familiebanden in Nederland en de coronapandemie die het indienen van een nieuwe aanvraag bemoeilijkte. Tevens stelde hij dat een eerdere verblijfperiode in Nederland de termijn voor verlies zou stuiten en dat hij onvoldoende geïnformeerd was over het verlies van het Nederlanderschap.
De rechtbank oordeelde dat aan de voorwaarden van artikel 15 RWN Pro was voldaan en dat de evenredigheidstoets door verweerder correct was uitgevoerd. De familiebanden zijn niet relevant voor de toets aan het Unierecht en het eerdere verblijf was te kort om de termijn te stuiten. Ook was er geen terugwerkende kracht van de wetswijziging van 1 februari 2022 en het vertrouwensbeginsel kon het wettelijke kader niet wijzigen.
Het beroep op jurisprudentie van het Hof van Justitie werd verworpen omdat die betrekking heeft op EU-verblijfsvergunningen en niet op het Nederlanderschap. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat er geen proceskostenvergoeding wordt toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de paspoortaanvraag wegens verlies van het Nederlanderschap wordt ongegrond verklaard.