ECLI:NL:RBDHA:2023:16449
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering asielaanvraag Nederland wegens Dublinverordening en Roemeense verantwoordelijkheid
Eiseres, van Somalische nationaliteit, diende op 1 november 2022 een asielaanvraag in Nederland in, nadat zij op 20 augustus 2022 al een verzoek om internationale bescherming had ingediend bij de Roemeense autoriteiten. Verweerder weigerde de aanvraag te behandelen op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, omdat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiseres betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is vanwege pushbacks in Roemenië, tekortkomingen in de asielprocedure, opvangvoorzieningen en medische zorg, en het ontbreken van individuele garanties. Zij verwees naar rapporten van AIDA en KlikAktiv en een eerdere uitspraak van deze rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft gelden omdat er geen concrete aanwijzingen zijn dat Dublinclaimanten zoals eiseres te maken krijgen met pushbacks. De enkele gedocumenteerde casus van meer dan twee jaar geleden is onvoldoende voor een structurele tekortkoming. Ook de asielprocedure en opvangvoorzieningen in Roemenië bevatten geen zodanige fundamentele systeemfouten die overdracht in de weg staan.
Verder heeft eiseres onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij in Roemenië geen mogelijkheid had om te klagen over haar behandeling. De rechtbank wees het beroep af en verwierp het verzoek om een voorlopige voorziening. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.