Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. M.H.K. van Middelkoop),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker stelde beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 9 december 2021. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris de asielaanvraag alsnog ingewilligd bij besluit van 29 augustus 2022. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank heeft de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenvergoeding, maar er is geen reactie ontvangen. Op grond van artikel 8:54, eerste lid, Awb, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting.
De rechtbank oordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door de asielaanvraag alsnog te honoreren. Daarom wordt het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €837,- en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van €418,50 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens alsnog ingewilligde asielaanvraag.