Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam eiser 1] , eiser 1, V-nummer: [V-nr.]
[naam kind 1], en
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin uit Zuid-Afrika met twee kinderen, vroegen asiel aan in Nederland vanwege vrees voor geweld tegen witte mensen en hun dochter met rood haar die mogelijk slachtoffer zou kunnen worden van muti-killings, een traditionele vorm van moord. Verweerder wees de aanvragen af omdat de gestelde risico's niet geloofwaardig waren.
De rechtbank behandelde de beroepen en overwoog dat hoewel de identiteit en nationaliteit van eisers geloofwaardig waren, het risico op vervolging of ernstige schade vanwege huidskleur of haarkleur onvoldoende was onderbouwd. Het door eisers aangevoerde rapport over muti-killings betrof mensen met een zwarte huidskleur en was niet relevant voor hun dochter. Ook de brief van een orthopedagoog werd niet als objectief bewijs erkend.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende aandacht had besteed aan het belang van het kind zoals vereist in artikel 3 IVRK Pro. Eisers hadden niet voldaan aan de voorwaarde voor het gunnen van het voordeel van de twijfel, omdat hun verklaringen in strijd waren met beschikbare landeninformatie.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Eisers werd gewezen op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank wijst de beroepen van het gezin af wegens onvoldoende bewijs voor een reëel risico op muti-killings bij terugkeer naar Zuid-Afrika.