ECLI:NL:RBDHA:2023:16484
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag de beroepen van Moldavische asielzoekers tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen. De staatssecretaris had deze aanvragen afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Eisers voerden aan dat Nederland verantwoordelijk zou moeten zijn omdat zij het Schengengebied via Frankrijk zijn binnengekomen en dat zij in Duitsland gediscrimineerd worden vanwege hun Roma-afkomst, met risico op indirect refoulement. Tevens betoogden zij dat de staatssecretaris onterecht stelde dat zij zich tot Duitse autoriteiten kunnen wenden voor hulp of klachten.
De rechtbank oordeelt dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat Frankrijk verantwoordelijk is of dat het Duitse systeem zodanige tekortkomingen vertoont dat overdracht in strijd is met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 EU Pro-Handvest. De rechtbank volgt het standpunt van de staatssecretaris dat Duitsland verantwoordelijk is en dat eisers zich tot Duitse autoriteiten kunnen wenden. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en het niet in behandeling nemen blijft in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de besluiten blijven in stand.