ECLI:NL:RBDHA:2023:16488
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin Moldavië
Verzoekers van Moldavische nationaliteit hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen de besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Deze besluiten betroffen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk is gesteld voor de behandeling.
De rechtbank heeft gelijktijdig uitspraak gedaan in de hoofdberoepen tegen deze besluiten, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. De voorzieningenrechter heeft daarom de verzoeken om een voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de uitspraak is gedaan zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak gelijktijdig is beslist.