ECLI:NL:RBDHA:2023:16488

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 november 2023
Publicatiedatum
2 november 2023
Zaaknummer
NL23.30594
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin Moldavië

Verzoekers van Moldavische nationaliteit hebben een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen de besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Deze besluiten betroffen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk is gesteld voor de behandeling.

De rechtbank heeft gelijktijdig uitspraak gedaan in de hoofdberoepen tegen deze besluiten, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. De voorzieningenrechter heeft daarom de verzoeken om een voorlopige voorziening afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de uitspraak is gedaan zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak gelijktijdig is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.30594, NL23.30596 & NL23.30598.

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam],

geboren op [geboortedatum],
V-nummer: [v-nummer],
en

[naam],

geboren op [geboortedatum],
V-nummer: [v-nummer],
mede namens hun minderjarige kind,

[naam],

geboren op [geboortedatum],
V-nummer: [v-nummer],
allen van Moldavische nationaliteit,
met als gemachtigde: mr. W. Volkers,
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluiten van 25 september 2023 (de bestreden besluiten) heeft de staatssecretaris de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Bij uitspraak van vandaag (zaaknummers NL23.30593, NL23.30595 en NL23.30597), heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.