Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoeker
(gemachtigde: mr. E.W.B. van Twist),
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 15 februari 2022. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek om een verweerschrift in te dienen. Vervolgens heeft verweerder bij besluit van 7 oktober 2022 de asielaanvraag van verzoeker alsnog ingewilligd.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld om op dit verzoek te reageren, maar verweerder heeft hiervan geen gebruik gemaakt.
De rechtbank oordeelt op grond van artikel 8:54, eerste lid, Awb zonder zitting en stelt vast dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen. Daarom wordt het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen. De proceskosten worden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van deze proceskosten aan verzoeker. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker.