ECLI:NL:RBDHA:2023:16492

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 november 2023
Publicatiedatum
2 november 2023
Zaaknummer
NL23.30596
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak over asielverblijfsvergunning Moldavië

Verzoekers, Moldavische asielzoekers, hadden een voorlopige voorziening gevraagd tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid die hun asielaanvragen niet in behandeling nam omdat Duitsland verantwoordelijk werd gehouden voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.

De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de hoofdzaak waarin het beroep op deze besluiten werd behandeld. Hierdoor achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af.

De voorzieningenrechter deed uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

De zaak betrof drie verzoeken om voorlopige voorziening met zaaknummers NL23.30594, NL23.30596 en NL23.30598, waarbij de verzoekers ook namens hun minderjarige kind optraden.

De uitspraak werd openbaar gemaakt via een geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak op dezelfde dag is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.30594, NL23.30596 & NL23.30598.

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam],

geboren op [geboortedatum],
V-nummer: [v-nummer],
en

[naam],

geboren op [geboortedatum],
V-nummer: [v-nummer],
mede namens hun minderjarige kind,

[naam],

geboren op [geboortedatum],
V-nummer: [v-nummer],
allen van Moldavische nationaliteit,
met als gemachtigde: mr. W. Volkers,
hierna gezamenlijk te noemen: verzoekers,
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluiten van 25 september 2023 (de bestreden besluiten) heeft de staatssecretaris de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Bij uitspraak van vandaag (zaaknummers NL23.30593, NL23.30595 en NL23.30597), heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.