ECLI:NL:RBDHA:2023:16494

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 oktober 2023
Publicatiedatum
2 november 2023
Zaaknummer
NL23.20230
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid problemen op luchthaven Congo

Eiser, een Congolese nationaliteit, diende op 3 mei 2022 een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 14 juni 2023 werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 19 oktober 2023 en oordeelde dat het beroep ongegrond is.

De rechtbank achtte de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig, evenals het feit dat er discriminatie in Congo-Brazzaville bestaat en dat eiser de auteur is van een politiek gevoelig boek. Echter, de rechtbank vond de door eiser geschetste problemen op de luchthaven ongeloofwaardig vanwege tegenstrijdige verklaringen, het ontbreken van bewijs dat zijn boek invloedrijk is, en het feit dat eiser zonder problemen een nieuw paspoort kon aanvragen en enkele maanden bij zijn broer verbleef.

Eiser voerde aan dat hij onder huisarrest stond dankzij de invloed van zijn broer, dat het boek internationaal bekend is, en dat hij het paspoort in Congo moest aanvragen vanwege wantrouwen jegens de ambassade in Zuid-Afrika. Ook stelde hij dat zijn dorp bezet is door Rwanda, wat terugkeer onmogelijk maakt. De rechtbank verwierp deze stellingen wegens gebrek aan onderbouwing en vond dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van de staatssecretaris. Eiser moet terugkeren naar Congo en krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.20230

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. L. Hartog).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Congolese nationaliteit te hebben. Hij heeft op 3 mei 2022 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 14 juni 2023 afgewezen als ongegrond.
2. De rechtbank heeft het beroep op 19 oktober 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen eiser, de gemachtigde van eiser, C.M.F. Smits-Chatain als tolk, en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt het besluit van verweerder aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd: de beroepsgronden. De uitkomst hiervan is dat de rechtbank het beroep ongegrond zal verklaren. Dat betekent dat eiser ongelijk krijgt en het besluit van verweerder in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
4. Met het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen. Verweerder heeft het asielrelaas beoordeeld aan de hand van vier relevante elementen. De identiteit, nationaliteit en herkomst zijn geloofwaardig geacht. Verweerder acht daarnaast geloofwaardig dat er sprake is van discriminatie in Congo-Brazzaville en ook dat eiser de auteur is van het boek “Le discours sur l’afrodemocratie”. Deze drie relevante elementen zijn dus niet in geschil. In geschil is wel het vierde relevante element, de problemen op de luchthaven in Congo-Brazzaville. Deze problemen acht verweerder niet geloofwaardig. Allereerst heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat van de Congolese autoriteiten vanwege het boek. Eiser heeft niet onderbouwd dat zijn boek veel verkocht wordt en veel invloed heeft in Congo. Verweerder vindt het daarnaast onlogisch dat eiser wel in de negatieve belangstelling zou staan en hierdoor gevaar loopt, maar vervolgens toch naar Congo gaat om daar over zijn boek te praten. Daarnaast heeft eiser een nieuw paspoort kunnen aanvragen in Congo. Het is daarbij ook onlogisch dat eiser voor het aanvragen hiervan naar Congo gaat in plaats van naar de ambassade van dat land in Zuid-Afrika. Eiser heeft bovendien tegenstrijdig verklaard over de reden waarom hij is aangehouden op het vliegveld. Na de aanhouding is eiser ook weer vrijgelaten en heeft hij blijkbaar zonder problemen een aantal maanden bij zijn broer kunnen verblijven.
5. Eiser voert hiertegen aan dat hij alleen uit de gevangenis heeft kunnen blijven dankzij de invloed die zijn broer heeft als officier, maar dat hij wel onder huisarrest stond. Daarnaast is het boek internationaal bekend en staat hij wel degelijk in de negatieve belangstelling. Hij vertrouwde daarnaast de ambassade in Zuid-Afrika niet en is daarom naar Congo gereisd om zijn paspoort aan te vragen. Een andere reden voor zijn vertrek naar Congo is dat hij daar zijn werkvergunning moest laten verlengen. Toen de stamhoofden op de hoogte raakten van zijn komst hebben zij eiser uitgenodigd om zijn boek te bespreken. Het bespreken van het boek is dan ook niet de directe aanleiding geweest voor zijn vertrek naar Congo. Tot slot heeft eiser nog een brief van 29 september 2023 overgelegd, waarin hij heeft vermeld dat zijn dorp is bezet door Rwanda en dat zijn terugkeer daarom in strijd is met artikel 3 EVRM Pro [1] .
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet ten onrechte de problemen op de luchthaven ongeloofwaardig heeft geacht. Verweerder heeft niet ten onrechte gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de negatieve belangstelling staat van de autoriteiten in Congo. Hij heeft immers niet onderbouwd dat zijn boek veel verkocht wordt en ook veel invloed heeft. Bovendien hebben de autoriteiten van Congo hem een nieuw paspoort verstrekt. Ook is hij na zijn aanhouding niet verder vervolgd en heeft hij een aantal maanden bij zijn broer kunnen verblijven. Eisers stellingen dat dit kon doordat zijn broer een officier is met invloed en geld heeft betaald om hem vrij te krijgen, zijn niet onderbouwd en leiden daarom niet tot een ander oordeel. Daarnaast stelt verweerder terecht dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de reden voor zijn aanhouding op de luchthaven. Zo stelt hij enerzijds dat hij is aangehouden op verdenking van spionage maar anderzijds dat dit was vanwege zijn politieke opvattingen. Ook volgt de rechtbank verweerder in de stelling dat het onlogisch is dat eiser stelt gevaar te lopen in Congo vanwege het boek, maar ervoor kiest daar toch naartoe te reizen en ook over het boek te vertellen. Verweerder stelt ook niet ten onrechte dat het onlogisch is dat hij naar Congo reist om een paspoort aan te vragen, omdat hij de ambassade in Zuid-Afrika niet vertrouwde en wel zijn schooldiploma’s heeft laten stempelen bij de ambassade. Eisers stelling dat hij naar Congo is gereisd om ook zijn werkvisum te verlengen is niet nader onderbouwd en leidt evenmin tot een ander oordeel, omdat hij die verlenging uiteindelijk nooit heeft aangevraagd, terwijl hij wel een aantal maanden in Congo heeft verbleven en dus de mogelijkheid had dit te regelen. De brief van 29 september 2023 bevat daarnaast ook algemene, voor verweerder niet verifieerbare, informatie. Het maakt echter niet aannemelijk dat eiser specifiek heeft te vrezen voor een schending van artikel 3 EVRM Pro.

Conclusie en gevolgen

7. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser moet terugkeren naar Congo. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.