Uitspraak
zaaknummer: NL23.21954
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met Moldavische nationaliteit en moeder van een minderjarig kind, diende op 15 mei 2023 een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening. Eiseres betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland niet meer geldt vanwege risico op indirect refoulement en tekortkomingen in de Duitse asielprocedure, onderbouwd met lage inwilligingspercentages en het arrest M.S.S. tegen België en Griekenland.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen jegens haar niet nakomt. Duitsland heeft het verzoek tot terugname geaccepteerd en garandeert een correcte behandeling van de aanvraag. De lage inwilligingspercentages zijn volgens de rechtbank het gevolg van een geringe beschermingsbehoefte onder Moldavische asielzoekers en vormen geen aanwijzing voor systeemfouten.
Verder stelde eiseres dat bijzondere, individuele omstandigheden een overdracht aan Duitsland onredelijk maken, zoals de kans op detentie en scheiding van haar zoon. De rechtbank vond deze stellingen onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat de staatssecretaris terecht geen toepassing gaf aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.