ECLI:NL:RBDHA:2023:16525
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beëindiging bijstandsuitkering
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Oegstgeest om haar bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet per 1 augustus 2023 te beëindigen en een bedrag van € 1.420,83 terug te vorderen.
Tijdens de zitting op 17 oktober 2023 bleek dat verzoekster inmiddels studiefinanciering ontvangt, waardoor zij over inkomen beschikt. Het college heeft bevestigd dat er nog geen daadwerkelijke invordering van het teruggevorderde bedrag heeft plaatsgevonden en dat een betalingsregeling mogelijk is. Tevens is de beslagvrije voet van toepassing, waardoor verzoekster minimaal 95% van de bijstandsnorm kan behouden.
De voorzieningenrechter concludeert dat verzoekster door het besluit niet in een financiële noodsituatie verkeert en dat het spoedeisend belang ontbreekt. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.