Eiser, van Algerijnse nationaliteit, diende op 21 december 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 1 september 2023 wees de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid deze aanvraag af als kennelijk ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
Op 7 september 2023 berichtte verweerder dat eiser sinds 4 september 2023 met onbekende bestemming was vertrokken en zich niet had gemeld, waardoor verweerder van mening was dat het procesbelang was vervallen. De gemachtigde van eiser gaf aan dat communicatie moeilijk was omdat eiser geen telefoon had en onbekend was waar hij verbleef, maar dat eiser het beroep wilde voortzetten.
Tijdens de zitting op 31 oktober 2023 bevestigden beide gemachtigden dat er geen contact was met eiser. De rechtbank oordeelde dat het vertrek met onbekende bestemming impliceert dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming en dat er geen procesbelang meer is. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en een proceskostenveroordeling werd uitgesloten.