In deze bestuursrechtelijke zaak stond de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2018 centraal, waarbij de inspecteur een bijtelling van inkomsten uit hennepteelt had gedaan op basis van een strafrechtelijk onderzoek. De bijtelling bedroeg aanvankelijk € 71.822, maar werd na een gerechtelijk arrest verminderd tot € 25.000. Tevens werd een vergrijpboete opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de bijtelling van € 25.000 niet langer in geschil was, maar dat de hoogte van de vergrijpboete onderwerp van discussie bleef. Partijen bereikten overeenstemming over een matiging van de boete tot 25% van het oorspronkelijke bedrag, oftewel € 1.228. De rechtbank stelde vervolgens ambtshalve vast dat de redelijke termijn was overschreden, wat aanleiding gaf tot een verdere matiging van 10%, waardoor de boete werd vastgesteld op € 1.105.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 1.674, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter G.J. Ebbeling op 20 september 2023 en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het gerechtshof Den Haag.