Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], geboren op [geboortedatum] 1995 in Nigeria, eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Zitting hebben:
Procesverloop
Beslissing
- veroordeelt verweerder tot het vergoeden van de schade van eiser tot een bedrag van
Overwegingen
indien de identiteit van de staande gehouden persoon onmiddellijk kan worden vastgesteld en indien blijkt dat deze persoon geen rechtmatig verblijf geniet, dan wel niet onmiddellijk blijkt dat hij rechtmatig verblijf heeft, hij mag worden overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor” leidt de rechtbank af dat dit een titel is voor de vrijheidsontneming gedurende de overbrenging naar de plaats van verhoor. De tijd die hiermee is gemoeid, gaat dus, in beginsel, niet af van de tijd die eiser mocht worden opgehouden. De rechtbank stelt vast dat de ophouding is aangevangen om 10:25 uur. Uit de M105-A blijkt dat de ophouding om 16:20 uur is geëindigd, zodat de maximale termijn niet is overschreden.
moetenworden onderzocht. De rechter moet immers een doeltreffende voorziening in rechte bieden en dat betekent dat moet worden nagegaan of aan alle vereisten is voldaan om een derdelander in bewaring te stellen en/of te houden. Dit ambtshalve onderzoek vindt plaats op tegenspraak, wat simpelweg betekent dat de rechter met partijen de rechtmatigheid van de maatregel bespreekt. Verweerder draagt de bewijslast voor de rechtmatigheid van de oplegging en voortduring van de maatregel en kan ter zitting nader toelichten waarom de maatregel rechtmatig wordt geacht en is gehandhaafd tot de behandeling van het beroep ter zitting. Eiser kan ter zitting argumenten aandragen om te betogen dat hij in vrijheid dient te worden gesteld en verweerder kan daar op reageren. Indien de rechtbank vragen heeft over rechtmatigheidsaspecten, zal de rechtbank dit ook bespreken, waarbij de rechtbank zoveel mogelijk zal aangeven wat de achtergrond van de vragen is en hoe haar voorlopige oordeel luidt om zodoende partijen daadwerkelijk in de gelegenheid te stellen om hierop te reageren. Voorkomen moet immers worden dat partijen worden verrast door overwegingen of deelbeslissingen in de uitspraak, terwijl zij geen weet hadden dat de rechtbank bepaalde feiten en omstandigheden relevant of wellicht doorslaggevend acht voor de uitspraak op het beroep.
10. De Terugkeerrichtlijn en de Dublinverordening bevatten geen bepalingen over de wijze van uitreiking van een bewaringsmaatregel. In artikel 8, derde lid, Opvangrichtlijn wordt wel verwezen naar de Terugkeerrichtlijn en de Dublinverordening als grondslagen voor een inbewaringstelling.
11. De rechtbank stelt vast dat het Vreemdelingenbesluit geen separate voorschriften voor de uitreiking van de bewaringsmaatregel kent naar gelang de grondslag voor de bewaring de Terugkeerrichtlijn, de Dublinverordening of de Opvangrichtlijn is, maar in artikel 5.3 Vb alle drie de bepalingen in de Vw waarin de grondslagen voor de inbewaringstelling zijn opgenomen expliciet benoemt. De wijze waarop de bewaringsmaatregel van eiser had dienen te worden uitgereikt is dus ook geregeld in artikel 5.3 Vb.
12. De rechtbank leest de zinssnede “De vreemdeling wordt daarbij schriftelijk, in een taal die hij verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat, op de hoogte gebracht van de redenen van bewaring en van de in het nationale recht vastgestelde procedures …)” aldus dat de redenen van bewaring en van de in het nationale recht vastgestelde procedures om het bevel tot bewaring aan te vechten, alsook van de mogelijkheid om gratis rechtsbijstand en vertegenwoordiging aan te vragen op schrift worden gesteld ÉN dat deze uitleg wordt gegeven “in een taal die hij verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat”. Door de “komma’s” die in deze zin zijn geplaatst, leest de rechtbank dus niet dat de schriftelijke bewaringsmaatregel in de taal die de vreemdeling verstaat of waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hij deze verstaat, moet zijn gesteld. De rechtbank leest de voorwaarden in artikel 5.3 Vb dus als cumulatieve voorwaarden waaraan allebei moet worden voldaan.
13. De rechtbank overweegt dat deze bepaling waarborgt dat aan degene wiens vrijheid wordt ontnomen, schriftelijk wordt medegedeeld wat hier de redenen van zijn, of er een rechtsmiddel tegen dit besluit open staat en welke aanspraken bestaan op (kosteloze) rechtsbijstand. Dit informeren over de redenen van de inbreuk op het recht op vrijheid en de procedure om hier tegen op te komen en de overige procedurele waarborgen dient, om niet zinledig te zijn, te geschieden in een taal en op een wijze die de betrokkene begrijpt.
14. De ratio van deze waarborg is dus, naar het oordeel van de rechtbank, dat degene wiens vrijheid wordt ontnomen eenvoudigweg begrijpt waarom dit geschiedt. Daarom dienen de feiten en juridische gronden te worden medegedeeld in een taal die hij verstaat en op een wijze die begrijpelijk is. Tevens dient op dezelfde wijze te worden uitgelegd dat kan worden opgekomen tegen het besluit waarbij de vrijheid is ontnomen, hoe die procedure is ingericht en dat daarvoor is voorzien in kosteloze rechtsbijstand. Dat het besluit tot vrijheidsontneming óók op schrift wordt gesteld, waarborgt onder meer dat de vreemdeling te allen tijde zekerheid heeft over de inhoud en motivering van het besluit en dat dit besluit na de uitreiking en het van kracht worden niet meer kan worden aangepast en/of aangevuld. De eis dat het besluit moet worden gedagtekend brengt in ieder geval mee dat de bepaalde maximum termijnen voor de bewaring te allen tijde kunnen worden gecontroleerd, terwijl de ondertekening van de maatregel de betrokkene en de rechter in staat stelt na te gaan of degene die de maatregel heeft opgelegd daartoe bevoegd is.
énin de M110 is vermeld dat de vreemdeling met de hulp van een tolk op de hoogte is gebracht van de concrete redenen waarom tot inbewaringstelling wordt overgegaan. In de onderhavige procedure is, wellicht abusievelijk, volstaan met de uitreiking van de folder en dat betekent dat de maatregel niet op juiste wijze is uitgereikt. Omdat het wezenlijk is dat een persoon wiens vrijheid wordt ontnomen op de hoogte wordt gesteld van de redenen van zijn vrijheidsontneming, acht de rechtbank dit gebrek dermate ernstig dat de oplegging van maatregel reeds hierom van aanvang af onrechtmatig is. Eiser zal dan ook in vrijheid worden gesteld.
kánworden volstaan met een lichter middel, is verweerder immers gehouden daaraan toepassing te geven. Verweerder heeft in de maatregel ten aanzien van het lichter middel uitsluitend overwogen dat “
De vreemdeling gaf aan bang te zijn voor mensensmokkelaars. Echter, hij heeft zelf deze mensensmokkelaars benaderd om de oversteek te maken naar de EU. Daarnaast hebben deze mensensmokkelaars hem geholpen. Dit is zijn eigen handelen geweest. Deze mensensmokkelaars heeft hij benaderd in Libië. Zijn terugkeer is naar Nigeria, dus dat maakt het ook ongeloofwaardig aangezien deze smokkelaars zich in Libië bevinden.”
kánworden overgegaan. De beroepsgrond dat verweerder de asielaanvraag van eiser niet op voortvarende wijze in behandeling heeft genomen slaagt dan ook.