ECLI:NL:RBDHA:2023:16566
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
In deze bestuursrechtelijke zaak stond het beroep van eiser tegen het voortduren van een maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000 centraal. De maatregel was opgelegd op 8 juli 2023 en de rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst in een uitspraak van 24 juli 2023. Het huidige beroep richtte zich op de vraag of de maatregel vanaf 18 juli 2023 nog rechtmatig was, mede gelet op het vermeende ontbreken van zicht op uitzetting.
Eiser stelde dat sinds 2020 een verzoek tot afgifte van een Laissez Passer bij de Marokkaanse autoriteiten liep, maar dat er geen redelijke termijn was waarbinnen uitzetting kon plaatsvinden. De rechtbank oordeelde dat dit niet juist was, omdat het eerdere verzoek op 19 juli 2023 was afgesloten en een nieuwe aanvraag was ingediend en actief werd nagestreefd. De staatssecretaris had meerdere malen contact gezocht met de Marokkaanse autoriteiten, die aangaven dat de aanvraag nog in onderzoek was.
De rechtbank concludeerde dat het zicht op uitzetting niet ontbrak en dat de maatregel van bewaring rechtmatig voortduurde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.