De rechtbank Den Haag heeft op 10 oktober 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser betwistte de zware gronden voor de bewaring, waaronder het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland en onvoldoende medewerking aan het vaststellen van identiteit. De rechtbank oordeelde dat deze gronden feitelijk juist zijn en dat er een significant risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Ook het betoog dat een lichter middel had moeten worden toegepast, werd verworpen omdat het onttrekkingsrisico de maatregel rechtvaardigt.
Daarnaast stelde eiser dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend zou zijn bij de overdracht aan Duitsland in het kader van de Dublinverordening. De rechtbank vond dat de staatssecretaris binnen enkele dagen een Dublinclaim had ingediend en voldoende voortvarend had gehandeld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de maatregel van bewaring en wees het verzoek om schadevergoeding af. De proceskosten werden niet aan eiser toegewezen.