ECLI:NL:RBDHA:2023:16579
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank beoordeelt of eiser aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Duitsland een reëel risico loopt op schending van zijn rechten, zoals het risico op voorlopige hechtenis, gebrek aan rechtsbijstand, geen toegang tot een tolk, of een oneerlijke behandeling. Eiser stelde mishandeling en vernedering door Duitse politie en het ontbreken van een fair trial.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Het aangehaalde AIDA-rapport toont geen structurele tekortkomingen in het Duitse asielstelsel aan. Ook is niet gebleken dat eiser geen kosteloze rechtsbijstand kan krijgen of geen toegang tot een tolk heeft.
De rechtbank ziet geen gegronde vrees voor indirect refoulement en acht het niet nodig de asielaanvraag onverplicht aan zich te trekken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de beslissing van de staatssecretaris blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.