Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De bewijsbeslissing
de inhoud van dit bewijsmiddel is hiervoor genoemd bij feit 1, onder 1 en dient als hier herhaald te worden beschouwd)
RABM7169NL - [medeverdachte 2]
(ruwe delen, ribbels en
randen van handgreep van pistool; AA0Z4155NL)
- [medeverdachte 1]
- [medeverdachte 2]
- circa 300 miljoen
- [medeverdachte 1]
(buitenzijde van tracker;
AAOT5960NL)
- [medeverdachte 1]
- minimaal twee onbekende personen, waarvan minimaal één man
- niet van toepassing
(binnenzijde van tracker:
onder deksel, inclusief sim-
kaart; AAOTS960NL)
- [medeverdachte 1]
- minimaal twee onbekende personen
- niet van toepassing
1 pingpong. Na onderzoek wordt vastgesteld dat dit voertuig de Honda Civic van [slachtoffer 2] betreft. Relevant in dit kader is dat op camerabeelden wordt waargenomen dat een man op 18 februari 2022 handelingen verricht bij dit voertuig. De man die wordt waargenomen op deze beelden heeft een broek aan met daarop reflecterende elementen. De verdachte wordt op 19 februari 2022, één dag na die handelingen bij de Honda Civic, aangehouden. De kleding die de verdachte draagt, betreft (onder meer) een broek met reflecterende elementen. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat het de verdachte is geweest die op 18 februari 2022 de GPS-tracker heeft geplaatst op de Honda Civic.
inbraaken niet op diefstal met geweld. De rechtbank is van oordeel dat het vuurwapen onmiskenbaar dienstig kan zijn voor het plegen van geweldshandelingen bij een diefstal. Gelet op het voorhanden hebben van dat vuurwapen, in onderlinge samenhang bezien met de overige middelen, is de rechtbank van oordeel dat deze middelen naar uiterlijke verschijningsvorm dienstig konden zijn voor het plegen van diefstal met geweld. De rechtbank is voorts van oordeel dat de verdachte samen met de medeverdachte dit misdadige doel ook voor ogen had, mede gelet op de verklaring van [slachtoffer 2] dat hij soms grote contante geldbedragen met zijn auto vervoerde. Aldus is bewezen dat de middelen bestemd waren tot het begaan van diefstal met geweld. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen van diefstal met geweld.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De inbeslaggenomen voorwerpen
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
5 (vijf) maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;