ECLI:NL:RBDHA:2023:16600

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 oktober 2023
Publicatiedatum
6 november 2023
Zaaknummer
C/09/654395 / JE RK 23-1950
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor bijna achttienjarige met plan vervolgstappen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling om een machtiging te verkrijgen voor gesloten jeugdhulp voor een bijna achttienjarige, die onder voogdij staat en verblijft in een gesloten accommodatie. Ondanks vooruitgang met therapie, blijft de jeugdige moeilijkheden ondervinden met het naleven van afspraken, middelengebruik en het risico op gevaarlijke situaties door weglopen.

De kinderrechter beoordeelt dat er nog steeds sprake is van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling naar volwassenheid belemmeren. De gesloten plaatsing is noodzakelijk om de jeugdige te beschermen en te voorkomen dat zij zich aan de hulp onttrekt. De voogdij berust bij de gecertificeerde instelling, waardoor een ondertoezichtstelling niet vereist is.

De machtiging wordt verleend voor drie maanden, korter dan het gevraagde halfjaar, met de nadruk op het opstellen van een concreet plan over vervolgstappen, waaronder een open vervolgplek, schooltraject en voorwaarden voor naleving. De behandeling van het verzoek wordt aangehouden tot een zitting uiterlijk 27 januari 2024, waarbij een schriftelijke update met het plan wordt verwacht.

Uitkomst: Machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor drie maanden met aanhouding voor plan vervolgstappen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/654395 / JE RK 23-1950
Datum uitspraak: 25 oktober 2023
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van:
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over:
[naam01], geboren op [geboortedatum01] 2006 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [naam01] ,
advocaat: mr. P.A.J. van Putten te Almere.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 september 2023;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 28 september 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2023. Daarbij waren aanwezig:
- [naam01] met haar advocaat;
- twee vertegenwoordigers van de gecertificeerde instelling.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van 11 juni 2007 is [naam01] onder voogdij gesteld van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.
2.2.
[naam01] verblijft in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp van [X] in [plaats01] .
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 juni 2023 een machtiging verleend [naam01] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 27 oktober 2023.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging om [naam01] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.
3.2.
[naam01] heeft de afgelopen periode stappen vooruit gezet, onder andere door haar EMDR-therapie. Wel blijkt het voor [naam01] moeilijk om zich aan afspraken te houden en loopt ze regelmatig weg. Ze is dan zeer kwetsbaar voor mannen die geen goede bedoelingen met haar hebben. Ook gebruikt [naam01] middelen en geeft ze aan dat ze niet van plan is daarmee te stoppen. De gecertificeerde instelling wil graag dat [naam01] wordt onderzocht op autisme door haar huidige therapeut. Het is van belang dat er in de korte periode tot [naam01] achttien wordt nog verder toegewerkt wordt naar een (open) vervolgplek. [naam01] moet om dat te laten slagen weerbaarder worden, zich aan de afspraken houden en haar behandeling afronden. De gecertificeerde instelling meent dat het beschermen van [naam01] op dit moment nog op de voorgrond moet staan. Het is al langer de wens om toe te werken naar een meer open groep, maar de plannen worden vaak doorkruist doordat [naam01] wegloopt van de groep of overgeplaatst moet worden.

4.De standpunten

4.1.
[naam01] zou het liefst zo snel mogelijk naar een kamertrainingscentrum (KTC) verhuizen, maar begrijpt wel dat er eerst een tussenstap nodig is. [naam01] vindt een periode van zes maanden gesloten plaatsing te lang. Binnen twee of drie weken is de EMDR-behandeling afgerond. Ook kan [naam01] in [plaats01] geen schooldiploma halen, terwijl ze naar een vervolg opleiding wil. Het is voor [naam01] van belang dat er (zoals de onafhankelijke gedragswetenschapper ook heeft opgeschreven) een duidelijk stappenplan op papier komt. Zo weet ze waar ze naartoe kan werken in welke stappen. Namens [naam01] wordt verzocht om het verzoek voor maximaal drie maanden toe te wijzen en de behandeling voor het overige aan te houden.

5.De beoordeling

5.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
5.2.
Er is nog steeds sprake van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [naam01] naar volwassenheid in de weg zitten. [naam01] brengt zichzelf nog steeds regelmatig in gevaarlijke situaties en vindt het moeilijk zich aan afspraken te houden. Op het moment van de zitting is [naam01] pas twee weken weer terug op de groep in [plaats01] nadat ze (weer) was weggelopen. Als [naam01] wegloopt, zijn er zorgen over bij wie ze verblijft en over haar beïnvloedbaarheid. [naam01] wil ook geen openheid geven over haar contacten. [naam01] komt daarnaast regelmatig onder invloed van middelen terug na het wegelopen. De kaders van de geslotenheid zijn daarom nog nodig om [naam01] te beschermen.
5.3.
Omdat de voogdij over [naam01] bij de gecertificeerde instelling berust, is een ondertoezichtstelling van [naam01] niet vereist (artikel 6.1.2, derde lid, onder b, Jeugdwet).
5.4.
De kinderrechter zal de machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen, en wel voor de periode van drie maanden. De kinderrechter vindt het, net als de onafhankelijke gedragswetenschapper en de advocaat van [naam01] , echter van groot belang dat er een
concreetplan wordt gemaakt over de vervolgstappen van [naam01] . Dit plan zou in ieder geval moeten bevatten:
- naar welke (open) vervolgplek toe wordt gewerkt en op welke termijn;
- naar welke school [naam01] wanneer kan zodat ze een diploma kan halen; en
- aan welke voorwaarden [naam01] zich moet houden zodat dit plan verwezenlijkt kan worden.
5.5.
De kinderrechter zal de behandeling van het verzoek voor het overige aanhouden tot een nader te bepalen zitting gelegen voor 27 januari 2024. De kinderrechter verzoekt de gecertificeerde instelling om uiterlijk één week voor die zitting een
schriftelijke updateaan de rechtbank en de advocaat te sturen met daarin het bovengenoemde plan en de vorderingen tot dan toe.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [naam01] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 27 oktober 2023 tot 27 januari 2024;
6.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting,
gelegen voor 27 januari 2024, bij voorkeur van mr. R.G. de Lange-Tegelaar, voor welke zitting de gecertificeerde instelling, [naam01] en mr. P.A.J. van Putten, de advocaat van [naam01] moeten worden opgeroepen.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2023 door mr. R.G. de Lange-Tegelaar, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.T. Verlinde als griffier, en op schrift gesteld op 2 november 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.