ECLI:NL:RBDHA:2023:16721
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 4 september 2023 besloten de aanvraag van verzoeker om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 6 oktober 2023 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet aanwezig waren, maar de gemachtigde van verweerder wel.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu het beroep gelijktijdig wordt behandeld en er een uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gelijktijdig wordt behandeld.