ECLI:NL:RBDHA:2023:16739
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging huishoudster EUPOL uit Afghanistan naar Nederland
Eiseres, een huishoudster werkzaam geweest bij de European Union Police Mission in Afghanistan (EUPOL), verzocht om overbrenging naar Nederland voor zichzelf en haar dochters. De minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af omdat eiseres niet voldeed aan de criteria van het beleid, waaronder het verrichten van structureel substantiële werkzaamheden voor een Nederlandse functionaris van EUPOL en het hebben van een voor het publiek zichtbare functie.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat eiseres niet specifiek voor een Nederlandse functionaris had gewerkt en dat haar werkzaamheden als schoonmaakster niet als voor het publiek zichtbaar konden worden aangemerkt in de zin van het beleid. Ook de dochters vielen niet binnen de speciale groepen die voor overbrenging in aanmerking komen.
De rechtbank oordeelde verder dat het beleid niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel en dat de minister geen fundamentele rechten schendt door het verzoek af te wijzen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet omdat de door eiseres aangevoerde gevallen niet vergelijkbaar waren.
Ten slotte werd geoordeeld dat de hoorplicht in de bezwaarfase niet was geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep op overbrenging naar Nederland wordt ongegrond verklaard omdat eiseres niet voldoet aan de beleidscriteria.