ECLI:NL:RBDHA:2023:16743
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek overbrenging huishoudster EUPOL uit Afghanistan naar Nederland
Eiseres, een huishoudster die van 2008 tot 2017 voor de European Union Police Mission (EUPOL) in Afghanistan werkte, verzocht om overbrenging naar Nederland samen met haar gezin. De minister van Buitenlandse Zaken wees dit verzoek af omdat eiseres niet voldeed aan de criteria van het beleid, waaronder het verrichten van structureel substantiële werkzaamheden voor een Nederlandse functionaris van EUPOL en het hebben van een voor het publiek zichtbare functie.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet specifiek voor een Nederlandse functionaris heeft gewerkt, maar voor alle medewerkers van EUPOL, en dat haar functie als schoonmaakster niet als voor het publiek zichtbaar kwalificeert. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel wordt verworpen, evenals het betoog dat de voorwaarde van publieke zichtbaarheid onevenredig is.
Verder acht de rechtbank dat verweerder niet gehouden is bijzondere individuele omstandigheden mee te wegen bij de beoordeling van het verzoek. De hoorplicht is niet geschonden omdat de beslissing op basis van beschikbare informatie kon worden genomen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om overbrenging naar Nederland wordt ongegrond verklaard.