ECLI:NL:RBDHA:2023:16751

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 november 2023
Publicatiedatum
8 november 2023
Zaaknummer
NL23.22058
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 Dublinverordening
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing van asielaanvragen wegens verantwoordelijkheid Duitsland onder Dublinverordening

Eisers hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin hun asielaanvragen niet in behandeling zijn genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft de beroepen op 2 november 2023 behandeld, waarbij eisers en hun gemachtigde niet aanwezig waren.

De rechtbank oordeelt dat verweerder terughoudend gebruik maakt van zijn bevoegdheid om asielaanvragen onverplicht in behandeling te nemen en dat dit in redelijkheid is gebeurd. Eisers hebben hun bijzondere omstandigheden, zoals de zwangerschap van eiseres en familiebanden in Nederland, niet voldoende aannemelijk gemaakt om af te zien van overdracht aan Duitsland.

De rechtbank concludeert dat de overdracht aan Duitsland niet leidt tot onevenredige hardheid en verklaart de beroepen ongegrond. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: De beroepen tegen de niet-behandeling van de asielaanvragen zijn ongegrond verklaard omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.22058, NL23.29206 en NL23.29204
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[naam 1], eiser 1

[naam 2], eiseres
[naam 3], eiser 2
(Tezamen: eisers)
V-nummers: [nummer 1], [nummer 2] en [nummer 3]
(gemachtigde: mr. C.J. Ullersma),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Metselaar).

Procesverloop

Bij besluiten van 31 juli 2023 (eiser 1) en 13 september 2023 (eiseres en eiser 2) (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van eisers niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eisers hebben tegen de bestreden besluiten afzonderlijk beroep ingesteld.
De rechtbank heeft de beroepen op 2 november 2023 op zitting behandeld. Eisers en hun gemachtigde zijn, met bericht vooraf, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Overwegingen

1. Vaststaat dat Duitsland in beginsel verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielverzoeken van eisers. In geschil is of verweerder in redelijkheid het standpunt heeft kunnen innemen om de asielaanvragen van eisers niet onverplicht in behandeling te nemen op grond van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening.
2. Verweerder maakt terughoudend gebruik van zijn bevoegdheid om een verzoek om internationale bescherming onverplicht in behandeling te nemen. De rechtbank volgt verweerder daarin. Gelet op de beslissingsruimte die verweerder hierin heeft, toetst de rechtbank deze beslissing van verweerder terughoudend.
3. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen beslissen dat in dit geval geen sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden afgezien van overdracht aan Duitsland. Eisers hebben verklaard dat zij graag in Nederland wensen te blijven in verband met de (inmiddels voldragen) zwangerschap van eiseres. Daarnaast zouden er andere familieleden in Nederland verblijven. Eisers hebben met deze omstandigheden niet aannemelijk gemaakt dat hun situatie zo bijzonder is dat zij daarom in Nederland moeten verblijven. Daar komt bij dat eisers hebben verklaard dat, ten aanzien van deze familieleden ook een claimverzoek is ingediend bij de Duitse autoriteiten. Het enkele feit dat eisers in Nederland willen verblijven is onvoldoende. Verweerder heeft op basis van de feiten en omstandigheden zoals door eisers zijn aangevoerd, mogen aannemen dat overdracht van eiser naar Duitsland niet getuigt van onevenredige hardheid.
4. De beroepsgrond van eiser 1 over de verlenging van de overdrachtstermijn behoeft geen nadere bespreking omdat het claimakkoord dateert van 28 juni 2023 en de uiterste overdrachtstermijn nog niet is verlopen.
5. De beroepen zijn ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 november 2023 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.