Eiser heeft op 3 september 2020 een asielaanvraag ingediend die op 6 augustus 2021 werd afgewezen. Het beroep tegen deze afwijzing werd op 29 juli 2022 gegrond verklaard, waarna verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen. Nadat verweerder niet tijdig had beslist, stelde eiser hem op 7 februari 2023 in gebreke en diende op 6 maart 2023 een nieuw beroep in tegen het niet-tijdig beslissen. Dit beroep werd op 26 april 2023 gegrond verklaard met een nieuwe termijn van twee weken.
De rechtbank constateert dat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen en verklaart het beroep daarom kennelijk gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 200 per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000, voor elke dag dat de termijn wordt overschreden.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 418,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht en de lichte wegingsfactor vanwege het beperkte karakter van het beroep. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier E.C. Jacobs en openbaar gemaakt op 8 november 2023.