ECLI:NL:RBDHA:2023:16785

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 november 2023
Publicatiedatum
8 november 2023
Zaaknummer
NL23.28899
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbArt. 18 Dublinverordening
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag met oplegging dwangsom

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 6 oktober 2021. De rechtbank oordeelt dat door de achterstanden bij de IND sprake is van bijzondere omstandigheden, waardoor de staatssecretaris binnen acht weken na uitspraak een beslissing moet nemen.

De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €7.500 bij overschrijding van de termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €418,50.

De zaak betreft ook de toepassing van de Dublinverordening, waarbij de aanvraag na terugnameverzoek van Italië aan Nederland werd toegewezen. De wettelijke beslistermijn werd verlengd door de WBV 2022/22. De rechtbank wijst op de wettelijke kaders en de noodzaak van tijdige besluitvorming in het bestuursrechtelijke asielproces.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, draagt op binnen acht weken te beslissen en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.28899

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. P.Th. van Alkemade),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft op 13 september 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 6 oktober 2021.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb (Algemene wet bestuursrecht) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
2. Eiseres heeft op 6 oktober 2021 een asielaanvraag gedaan in Nederland. Eiseres had op dat moment echter al een verzoek ingediend in een andere Dublin-lidstaat, namelijk Italië. Op 1 december 2021 is een terugnameverzoek aan Italië ingediend. Op 9 december 2021 zijn de Italiaanse autoriteiten hiermee akkoord gegaan, op grond van artikel 18, eerste lid, onder b, Dublinverordening.
Op 4 mei 2022 is door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) eiseres bericht dat zij alsnog wordt toegelaten tot de nationale procedure. is Nederland per 4 mei 2022 verantwoordelijk geworden voor de behandeling van de asielaanvraag. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou daarom in geval van eiseres op 4 november 2022 eindigen. De staatssecretaris heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 de beslistermijn met ingang van 27 september 2022 verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiseres pas op 4 augustus 2023 is geëindigd. Eiseres heeft verweerder op 11 augustus 2023 in gebreke gesteld. Deze ingebrekestelling is door verweerder ontvangen op 18 augustus 2023. Hierna zijn twee weken verstreken voordat eiseres beroep heeft ingesteld. Het beroep is daarom kennelijk gegrond.
3. De rechtbank is van oordeel dat, vanwege de bij de IND ontstane achterstanden, sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 8:55d, derde lid, van de Awb. Eiseres heeft een eerste gehoor gehad. Daarom zal de rechtbank, overeenkomstig een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, [1] bepalen dat verweerder binnen acht weken na bekendmaking van de uitspraak een beslissing op de aanvraag moet nemen.
4. Op grond van artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb bepaalt de rechtbank dat verweerder een dwangsom van € 100 aan eiseres verbeurt voor elke dag waarmee deze termijn wordt overschreden met een maximum van € 7.500.
5. In de gegrondverklaring van het beroep ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten worden op
grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 418,50, bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 0,5 (licht). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt verweerder op om binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken op de asielaanvraag van eiseres;
  • bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100 (honderd euro) moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt met een maximum van € 7.500 (zevenduizendvijfhonderd euro);
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.8 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1560.