ECLI:NL:RBDHA:2023:1683
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen afwijzing zelfstandige verblijfsvergunning asiel voor minderjarige vrouw
Eiseres, een minderjarige vrouw van Iraakse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een zelfstandige verblijfsvergunning asiel. De Staatssecretaris had haar verblijfsvergunning verleend als minderjarig kind van een toegelaten vreemdeling, maar niet op grond van haar eigen persoonlijke omstandigheden als verdragsvluchteling of risico op ernstige schade.
Eiseres stelde dat zij vanwege haar lidmaatschap van een specifieke sociale groep van alleenstaande en kwetsbare 'ongehoorzame' vrouwen in Irak vervolging vreest, omdat zij zich verzette tegen een uithuwelijking door haar oom. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk een reëel risico loopt op vervolging of ernstige schade bij terugkeer naar Irak.
De rechtbank verwees naar het beleid dat vrouwen niet als homogene sociale groep worden aangemerkt en dat er geen specifiek beleid geldt voor alleenstaande ongehoorzame vrouwen. Ook was het feit dat de uithuwelijking nog niet had plaatsgevonden en dat de familie niet op de hoogte is van haar vertrek, doorslaggevend.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar zelfstandige verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.