Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] ,
de minister van Buitenlandse Zaken,
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 27 januari 2023 een aanvraag in voor een visum kort verblijf, welke door de minister van Buitenlandse Zaken op 2 februari 2023 werd afgewezen. Het bezwaar van eiser tegen deze afwijzing werd op 14 juli 2023 eveneens ongegrond verklaard zonder dat eiser of zijn referente werden gehoord.
De rechtbank oordeelt dat het besluit tot afwijzing onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd tot stand is gekomen, omdat de minister ten onrechte heeft afgezien van een hoorzitting. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft eerder aangegeven dat het horen een essentieel onderdeel is van de bezwaarprocedure en dat van deze hoorplicht slechts terughoudend mag worden afgeweken.
Tijdens de zitting heeft de referente toegelicht dat het visum niet bedoeld is voor kennismaking met Nederland voorafgaand aan een definitief verblijf, wat een belangrijk punt is dat bij een hoorzitting nader toegelicht had kunnen worden. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen waarbij alsnog een hoorzitting wordt gehouden.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot het houden van een hoorzitting en het nemen van een nieuw besluit.