ECLI:NL:RBDHA:2023:1689
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak
In deze bestuursrechtelijke vreemdelingenzaak heeft de verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Het primaire besluit van 23 juli 2021 betrof de afwijzing van de ambtshalve beoordeling voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het daaropvolgende bestreden besluit van 27 september 2021 verklaarde het bezwaarschrift ongegrond.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL22.16838) op 23 november 2022 behandeld. Omdat op dezelfde dag uitspraak is gedaan in de hoofdzaak, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter T.A. Oudenaarden en griffier M.A. Buikema te Groningen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.