Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , V-nummer: [V-nr.] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Het beroep is ongegrond.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 20 april 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam de aanvraag niet in behandeling omdat op grond van de Dublinverordening Slovenië verantwoordelijk is voor de behandeling, waar eiser eerder een aanvraag had gedaan.
Eiser voerde aan dat de opvang in Slovenië zodanig slecht is dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt. Hij baseerde dit op een rapport van de Sloveense ombudsman en eigen ervaringen, waarin ernstige tekortkomingen werden geschetst.
De rechtbank overwoog dat het uitgangspunt is dat lidstaten elkaar vertrouwen de verdragsverplichtingen na te komen, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat er een reëel risico bestaat op schending van fundamentele rechten door structurele en ernstige tekortkomingen. Dit is volgens de rechtbank niet bewezen, mede omdat Slovenië stappen onderneemt om de opvang te verbeteren en eiser geen reëel risico loopt op zeer verregaande materiële deprivatie.
Ook de persoonlijke ervaringen van eiser en het beroep op klagen bij Sloveense autoriteiten leiden niet tot een andere conclusie. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.