Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het verdere verloop van de procedure
- de voornoemde beschikking van 21 september 2023;
- de schriftelijke update van gecertificeerde instelling met bijlagen van 20 oktober 2023;
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die momenteel deels bij de ouders en deels bij pleegouders verblijft. De kinderrechter verwijst naar eerdere beschikking en constateert dat de minderjarige zich goed ontwikkelt en dat de thuissituatie veilig is.
De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek met de noodzaak tot verdere observatie van de responsiviteit en sensitiviteit van de ouders via een traject met een hulpverlener en VUHP. De ouders voeren verweer en stellen dat het traject vanuit huis kan plaatsvinden en dat de uithuisplaatsing niet langer noodzakelijk is.
De kinderrechter overweegt dat de ouders het goed doen, de veiligheid gewaarborgd is en dat de enige voorwaarde voor verlenging, de inzet van het hulpverleningstraject, is gestart. Gezien de positieve ontwikkeling en het ontbreken van risico's wordt het verzoek tot verlenging afgewezen.
De beslissing is mondeling uitgesproken op 26 oktober 2023 en schriftelijk vastgelegd op 6 november 2023. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na betekening.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt afgewezen.