ECLI:NL:RBDHA:2023:16971

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 november 2023
Publicatiedatum
9 november 2023
Zaaknummer
NL 23.28758
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van beroepsgronden bij uitblijven beslissing vreemdelingenaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag van 15 augustus 2022 bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is.

Volgens artikel 6:5 Awb Pro moet een beroepschrift de gronden van het beroep bevatten, waarin de specifieke punten van onenigheid met het bestreden besluit worden vermeld. Eiser heeft dit nagelaten. Na een herstelverzoek per brief van 13 september 2023 heeft eiser binnen de gestelde termijn geen gronden ingediend of een reden voor het verzuim gegeven.

De rechtbank concludeert dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is en wijst het beroep af zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.H. de Groot en openbaar gemaakt op 9 november 2023.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden ondanks herstelverzoek.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.28758

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

geboren op [geboortdatum]
van Syrische nationaliteit,
V-nummer: [vnummer]
(gemachtigde: mr. P.R. van de Water),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Eiser heeft tegen het uitblijven van een beslissing op de aanvraag van 15 augustus 2022 beroep ingesteld.

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dit staat in artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank - na een herstelmogelijkheid - het beroep op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb niet-ontvankelijk verklaren.
Eiser heeft geen beroepsgronden vermeld in het beroepschrift. De rechtbank heeft eiser bij brief van 13 september 2023 verzocht om binnen twee weken dit verzuim te herstellen.
Eiser heeft binnen die termijn geen gronden ingediend.
Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van B.A. van der Wiel, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.