ECLI:NL:RBDHA:2023:17002
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verzet tegen uitspraak bestuursrechtelijk beroep op herstelverzuimbrief
Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 8 juni 2023, waarin zijn beroep tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 17 maart 2023 kennelijk ongegrond werd verklaard. De rechtbank heeft het verzet op 21 september 2023 behandeld en beoordeelt dat verzet zich beperkt tot de vraag of de vereenvoudigde behandeling terecht was.
Opposant betoogt dat de staatssecretaris onvoldoende heeft aangetoond dat de herstelverzuimbrief correct en op het juiste adres is verzonden, mede omdat geen aangetekende verzending plaatsvond en het adres op het verzendbewijs onvolledig zou zijn. De rechtbank verwijst naar vaste jurisprudentie dat het bestuursorgaan de verzending van niet-aangetekende brieven aannemelijk moet maken, waarna het aan opposant is om ontvangst te betwisten.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris met interne verzendadministratie voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de brief op 22 februari 2023 naar het kantooradres van gemachtigde is verzonden. Dit adres is het nieuwe kantooradres, zoals ook door opposant erkend. Het verzet kan niet worden gebruikt als verkapt hoger beroep en leidt niet tot twijfel over de uitkomst van de zaak.
Daarom verklaart de rechtbank het verzet ongegrond en blijft de uitspraak van 8 juni 2023 in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van 8 juni 2023 blijft in stand.