ECLI:NL:RBDHA:2023:17031
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens meerdere weigeringsgronden en geen schrijnende situatie
Eiseres diende een aanvraag in voor een urgentieverklaring bij het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, welke op 12 augustus 2022 werd afgewezen. Het bezwaar van eiseres tegen deze afwijzing werd bij besluit van 19 december 2022 eveneens ongegrond verklaard. De rechtbank behandelde het beroep op 8 augustus 2023 en hield de zaak aan voor nadere stukken, maar deze leidden niet tot een ander oordeel.
Eiseres woont sinds 2021 met haar drie minderjarige kinderen bij haar moeder in een te kleine woning. Zij stelt dat haar kinderen door traumatische ervaringen extra behoefte hebben aan ruimte en privacy en dat zij zelf vanwege de thuissituatie niet kan starten met EMDR-therapie. Verweerder wees de aanvraag af op vijf algemene weigeringsgronden, waaronder het ontbreken van een zelfstandige woning, het niet kwalificeren van de situatie als urgent woonprobleem, het ontbreken van een behandeling voor psychische problemen, toerekenbaarheid van het woonprobleem aan eiseres en onvoldoende inschrijvingstermijn in de regio.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de beleidsvrijheid en beoordelingsruimte heeft benut bij het weigeren van de urgentieverklaring. De algemene weigeringsgronden zijn van toepassing en de situatie van eiseres is onvoldoende schrijnend om toepassing van de hardheidsclausule te rechtvaardigen. De psychische problematiek is niet voldoende gekoppeld aan de woonsituatie en de overgelegde stukken zijn niet actueel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.