ECLI:NL:RBDHA:2023:17036
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Libanese vreemdeling wegens ongeloofwaardigheid bedreiging Hezbollah
Eiser, van Libanese nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die door de staatssecretaris werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Hij stelde bedreigd te worden door Hezbollah vanwege zijn weigering zich bij hen aan te sluiten en overhandigde dreigbrieven en een WhatsApp-gesprek ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de afwijzing zorgvuldig had gemotiveerd en dat de aangevoerde dreigbrieven en verklaringen onvoldoende geloofwaardig waren. De inhoudelijke beoordeling wees uit dat de brieven niet concreet waren, geen gevolgen verbonden aan het niet melden en dat de verklaringen van eiser inconsistenties vertoonden.
Daarnaast was de staatssecretaris niet verplicht een “best interests of the child” beoordeling te maken, omdat de kinderen niet zelf asiel aanvragen en het verzoek van eiser geen grond bood voor een verblijfsvergunning op die basis.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag.