ECLI:NL:RBDHA:2023:17051
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit primaire besluit en verzocht vervolgens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter constateerde dat het verzoekschrift geen gronden bevatte, hetgeen een vereiste is op grond van de Awb. Verzoeker is per aangetekende brief verzocht alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard en is het verzoek niet inhoudelijk behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van gronden.