ECLI:NL:RBDHA:2023:17066
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-behandeling asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Oostenrijk
Verzoeker, van Somalische nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublin-verordening, omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht daarnaast de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de uitspraak op het beroep in een gelijktijdige zaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het niet-behandelen van de asielaanvraag is afgewezen.