ECLI:NL:RBDHA:2023:17070

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 november 2023
Publicatiedatum
9 november 2023
Zaaknummer
NL23.29070
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek vreemdeling met onbekende bestemming

Eiseres had een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris niet in behandeling werd genomen vanwege de verantwoordelijkheid van Polen voor de procedure. De rechtbank beoordeelde of het beroep ontvankelijk was.

Uit het dossier bleek dat eiseres op 26 september 2023 door het COA was geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken en dat de gemachtigde sinds 14 september 2023 geen contact meer had met haar. De rechtbank vroeg naar de verblijfplaats van eiseres, maar deze vraag bleef onbeantwoord.

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft een vreemdeling die zonder contact met zijn gemachtigde vertrekt geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep, tenzij hij laat weten nog contact te hebben en bescherming wenst.

Gezien het ontbreken van contact en de registratie als vertrokken, concludeerde de rechtbank dat eiseres geen prijs meer stelt op de bescherming en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang door vertrek met onbekende bestemming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.29070

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 november 2023 in de zaak tussen

[eiser] , v-nummer: [nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. R.A.J. van der Leeuw),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

1 In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van 8 september 2023, waarin de staatssecretaris de asielaanvraag van eiseres van 5 april 2023 niet in behandeling heeft genomen, omdat Polen verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling daarvan.
1.1
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is.
Heeft eiseres nog procesbelang?
3. De staatssecretaris heeft in het bericht van 3 oktober 2023 aan de rechtbank laten weten dat eiseres op 26 september 2023 door het COa is geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken. De gemachtigde van eiseres heeft op 5 oktober 2023 laten weten sinds 14 september 2023 geen contact meer te hebben met eiseres. De vraag van de rechtbank of de gemachtigde de verblijfplaats van eiseres weet is onbeantwoord gebleven.
3.1.
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder contact te onderhouden met zijn gemachtigde, hij geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland. De vreemdeling heeft in dat geval geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Dit is alleen anders als een vreemdeling laat weten dat hij nog contact met zijn gemachtigde heeft en dus nog steeds prijs stelt op de door hem verzochte bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft en waar hij verblijft en dat de gemachtigde nog contact heeft met de vreemdeling over de voortgang van de procedure en de keuzes die daarin moeten worden gemaakt. [2]
3.2.
Gelet op deze rechtspraak en het bericht van de gemachtigde van eiseres van 5 oktober 2023 neemt de rechtbank aan dat eiseres kennelijk geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiseres heeft daarom geen procesbelang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. D. Steenbeek, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht maakt dit mogelijk.
2.Zie bijvoorbeeld ABRvS 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:579.