ECLI:NL:RBDHA:2023:17071
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
De rechtbank Den Haag heeft op 6 november 2023 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke beroep van eiser tegen de maatregel van bewaring die de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000 aan eiser heeft opgelegd.
Eiser stelde dat de staatssecretaris had moeten volstaan met een lichter middel, zoals een meldplicht, omdat hij een vaste woonplaats heeft en er geen onttrekkingsrisico zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat het onttrekkingsrisico aannemelijk is, mede vanwege het gedrag van eiser in het verleden, waaronder het vertrek met onbekende bestemming en eerdere terugkeer naar Nigeria tijdens zijn asielprocedure.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet kon aantonen dat hij daadwerkelijk in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven, waardoor zijn vaste woonplaats onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en dat de staatssecretaris niet had hoeven volstaan met een lichter middel.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.