ECLI:NL:RBDHA:2023:17122
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen buiten behandeling stelling asielaanvraag wegens onduidelijkheid verblijfplaats
Eiser, van Guinese nationaliteit, diende op 15 februari 2023 een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel in. De staatssecretaris stelde deze aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser zich na afloop van zijn detentie op 7 april 2023 niet zou hebben gemeld bij het COA en geen nieuwe verblijfplaats had doorgegeven.
Eiser en zijn gemachtigde stelden dat eiser zich wel degelijk gemeld had bij het COA en verbleef op het AZC Maastricht en later bij zijn partner in Venlo. De staatssecretaris verwees naar een mailwisseling van 19 mei 2023 waaruit zou blijken dat eiser zich niet gemeld had.
De rechtbank constateerde dat in het systeem van de staatssecretaris vermeld stond dat eiser verbleef in het AZC Maastricht, zoals blijkt uit de mail van 19 mei 2023 en een brief van 11 augustus 2023. De staatssecretaris gaf geen toereikend antwoord op deze tegenstrijdigheden en had geen poging gedaan om eiser op het AZC Maastricht uit te nodigen voor een gehoor of het adres aan te passen.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de onduidelijkheid niet voor rekening van eiser komt en vernietigde het bestreden besluit. De staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 1.674,- aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot buiten behandeling stelling en draagt de staatssecretaris op een nieuw besluit te nemen.