ECLI:NL:RBDHA:2023:17135
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking persoonsgebonden budget wegens schending mededelingsplicht strijdig met evenredigheidsbeginsel
Eiseres ontving voor 2021 een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het Zorgkantoor trok dit pgb in per 1 mei 2021 vanwege het niet melden van de aanhouding van haar moeder, tevens gewaarborgde hulp, en het niet doorgeven van wisseling van zorgverleners. De rechtbank oordeelt dat eiseres de mededelingsplicht heeft geschonden, maar het Zorgkantoor onvoldoende heeft aangetoond welke controlemogelijkheden hierdoor verloren zijn gegaan of ernstig bemoeilijkt.
De rechtbank stelt dat het Zorgkantoor achteraf wel aan de hand van de administratie de besteding en kwaliteit van de zorg heeft kunnen controleren, en dat het niet aannemelijk is gemaakt dat een minder ingrijpende maatregel niet mogelijk was. Het besluit tot intrekking is daarom in strijd met het evenredigheidsbeginsel en kan niet in stand blijven.
Daarnaast is de redelijke termijn voor de uitspraak overschreden, waarvoor eiseres een immateriële schadevergoeding van €500,- wordt toegekend. De rechtbank herroept het primaire besluit en bepaalt dat het Zorgkantoor het pgb opnieuw moet vaststellen. Tevens worden proceskosten en griffierechten aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van het pgb wordt vernietigd en het pgb moet opnieuw worden vastgesteld.