ECLI:NL:RBDHA:2023:17151
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na uitspraak op beroep
Verzoeker, van Tunesische nationaliteit, had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 13 oktober 2023 werd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 2 november 2023 behandeld.
Naar aanleiding van de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.32600) is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom is het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.