Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
voorwaardelijk, namelijk voor zover de voorzieningenrechter [eiseres] in vrijheid stelt, de Staat te gebieden haar een voorlopige schadevergoeding toe te kennen van € 2.080;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiseres, veroordeeld tot 32 maanden gevangenisstraf wegens overtreding van de Opiumwet, verzocht om strafonderbreking na 16 maanden detentie. De Minister voor Rechtsbescherming wees dit verzoek af omdat eiseres de Nederlandse nationaliteit bezit en rechtmatig in Nederland verblijft. Eiseres stelde beroep in bij de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), die het beroep ongegrond verklaarde.
Eiseres vorderde vervolgens in kort geding dat de Staat haar uit detentie zou plaatsen en de strafonderbreking zou toepassen, met een schadevergoeding voor onrechtmatige detentie. De rechtbank oordeelde dat de civiele rechter niet bevoegd is om kennis te nemen van deze vorderingen omdat de RSJ-procedure een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang is die de toegang tot de burgerlijke rechter blokkeert.
De rechtbank constateerde dat de overweging in het vonnis van de rechtbank Noord-Holland over de strafonderbreking mogelijk onjuiste verwachtingen heeft gewekt, maar dit vormt geen grond voor ontvankelijkheid. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten en haar vorderingen werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen tot strafonderbreking en vrijlating en veroordeeld in de proceskosten.