Eiser was sinds 2017 arbeidsongeschikt en ontving een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling stelde het UWV vast dat eiser per 1 oktober 2021 voor 37,02% arbeidsongeschikt was, maar na bezwaar en aanvullend onderzoek werd dit percentage bijgesteld naar 31,04%, onder de grens voor voortzetting van de uitkering.
Eiser voerde aan dat zijn klachten, waaronder sarcoïdose en chronische pijn, onvoldoende waren meegewogen en dat hij vanwege fysieke en psychische beperkingen niet in staat was de voorgestelde functies uit te oefenen. De rechtbank oordeelde echter dat het UWV de medische situatie zorgvuldig had beoordeeld, met inachtneming van alle klachten en medische rapporten.
De arbeidsdeskundige had functies geselecteerd die eiser nog zou kunnen uitvoeren, en de rechtbank vond de motivatie hiervoor begrijpelijk en overtuigend. De rechtbank concludeerde dat het UWV terecht de WIA-uitkering per 11 september 2022 beëindigde omdat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en hij kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter S.E.C. Debets op 16 februari 2023.